Naar de inhoud
  1. Home
  2. Noodverlichting

Noodverlichting: wanneer het verplicht is, welke soorten er zijn en hoe u het onderhoudt

Iedereen kent het groene bord boven de deur. Maar het licht op de vloer eronder is iets anders, en wie een nieuwe armatuur ophangt, kiest ook meteen hoe hij gevoed wordt.

Wat is noodverlichting?

Noodverlichting is verlichting die vanzelf aanspringt als de stroom uitvalt, zodat mensen de weg naar buiten zien. Het Bbl eist licht binnen 15 seconden, minstens 60 minuten lang en minstens 1 lux op vloer en traptreden. Verplicht is het onder meer in een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en op de vluchtroute daaruit (Bbl 4.195 en 3.101).

Een lux is weinig licht, maar genoeg om een trap af te komen zonder te vallen. Mensen gebruiken het woord voor twee dingen, en dat geeft verwarring. Er is het licht op de vloer, en er is het groene bord dat de richting wijst. Dat tweede heet vluchtrouteaanduiding en heeft eigen regels, al zit het vaak in dezelfde armatuur.

Het is een zaak van de eigenaar of beheerder van een kantoor, school, zaal of woongebouw met een gemeenschappelijk trappenhuis: die zorgt dat het er hangt en blijft werken. Hoe vaak u test en wat er in het logboek komt, staat bij noodverlichting controleren.

Noodverlichting

Controle
Maandelijks kort testen, jaarlijks de volle brandduur
Wie
Beheerder, jaarlijks een installateur
Houvast
Bbl 4.195 en NEN-EN 50172

Wat wij aan uw noodverlichting doen

Wij plaatsen, vervangen en testen noodverlichting in bestaande gebouwen. Het begint altijd met een gesprek over wat er hangt en wat het pand nodig heeft.

  1. 1. AdviesgesprekWe lopen met u na welke ruimten en routes licht nodig hebben, wat er nu hangt en wanneer de laatste duurtest was.
  2. 2. Offerte met plan van aanpakPer armatuur: blijft hij, gaat de accu eruit of komt er een nieuwe bij. Met de testmomenten erbij gepland.
  3. 3. Plaatsen en aansluitenOp de groep van de gewone verlichting, op de plekken die NEN-EN 1838 noemt. Elke armatuur komt ook op de ontruimingsplattegrond.
  4. 4. Duurtest en logboekBij de oplevering een test over de volle brandduur, daarna elk jaar, met de uitkomst per armatuur in het logboek.

Wat gebeurt er als de stroom uitvalt?

Zakt de spanning van de gewone verlichting onder de 70 procent, dan schakelt de noodverlichting vanzelf in. Binnen 15 seconden moet er licht zijn, minstens 1 lux op vloer en traptreden, en dat licht moet minstens 60 minuten blijven.

  1. < 70%De spanning van de gewone verlichting zakt weg. De stand van de lichtschakelaar maakt niet uit.
  2. 15 sUiterlijk dan brandt de noodverlichting.
  3. 1 luxMinstens zoveel licht op de vloer en op de traptreden.
  4. 60 minZo lang moet het licht ten minste blijven. Komt de spanning terug boven 90 procent, dan gaat hij uit.
Schema van Brandveilig Installatie, met de eisen uit het Bbl en het NIPV-handboek die op deze pagina staan.

Wanneer is noodverlichting verplicht?

In een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen, en in de ruimten waar de vluchtroute uit die ruimte doorheen loopt. Een functieruimte onder het meetniveau, zoals een kelder, en een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, moeten ook noodverlichting hebben. Voor nieuwbouw staat dat in artikel 4.195 van het Bbl, voor bestaande bouw in artikel 3.101.

Het gaat dus om de ruimte en de route, niet om het gebouw als geheel. Een zaal voor honderd mensen trekt de gang en het trappenhuis mee waar de vluchtroute uit die zaal doorheen gaat. Wie verbouwt of een ruimte een ander gebruik geeft, kijkt daarom opnieuw: een vergaderzaal die kantine wordt, kan zo over de 75 gaan.

Naast het Bbl vraagt de Arbowet noodverlichting op werkplekken met een verhoogd risico. Voor bestaande gebouwen geldt bovendien een overgangsregel. De eisen per artikel en die regel staan in een tabel bij noodverlichting controleren.

Welke soorten noodverlichting zijn er?

De norm NEN-EN 1838 verdeelt noodverlichting in twee groepen. Noodevacuatieverlichting helpt mensen het gebouw uit, en vervangingsverlichting laat het werk gewoon doorgaan. Alleen de eerste groep is de noodverlichting die het Bbl bedoelt. Het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties van het NIPV zet die indeling zo op een rij.

SoortWaar het voor dientBedoeld in het Bbl?
VluchtrouteverlichtingDe vluchtroute herkennen en veilig lopen, en blusmiddelen en bedieningen kunnen vindenJa
Anti-paniekverlichtingPaniek verkleinen in een grote ruimte, zodat mensen een plek bereiken waar ze de vluchtroute zienJa
Verlichting van werkplekken met verhoogd risicoEen gevaarlijk proces veilig kunnen stilzetten voordat iemand weglooptNee, maar de Arbowet verplicht noodverlichting op plaatsen met een verhoogd risico
VervangingsverlichtingNormale activiteiten voortzetten tijdens een stroomstoringNee, dit is een wens van de eigenaar of gebruiker

Wie zoekt op vluchtwegverlichting of op verlichting bij de nooduitgang, bedoelt dus bijna altijd de eerste regel van deze tabel. En wie een operatiekamer of een serverruimte draaiend wil houden, zit bij de laatste. Dat is een ander ontwerp met een andere voeding.

Centraal of decentraal: hoe wordt noodverlichting gevoed?

Bij een decentraal systeem heeft elke armatuur een eigen accu, en bij een centraal systeem staat er één voedingseenheid met accu's die alle armaturen via eigen leidingen voedt. Grote gebouwen gebruiken soms een noodstroomaggregaat of een omvormer die de gewone armaturen overneemt. Welke past, hangt volgens het NIPV-handboek af van de omvang van het gebouw, de lichtopbrengst en de mogelijkheden voor onderhoud.

SysteemHoe het werktWaar u op let
DecentraalElke armatuur hangt aan de gewone installatie van 230 volt en schakelt bij uitval direct over op zijn eigen accuElke accu veroudert apart, dus de jaarlijkse duurtest telt per armatuur
CentraalEén voedingseenheid met accu's en een eigen leidingnet naar de armaturenDe centrale hangt aan een eigen eindgroep met het opschrift NOODVERLICHTING, en na een uitval moet hij binnen 12 uur weer 80 procent van zijn brandduur halen
NoodstroomaggregaatHet aggregaat neemt de gewone verlichting geheel of gedeeltelijk overEen aggregaat heeft aanlooptijd, en die wordt soms met een omvormer overbrugd
OmvormerDe gewone armaturen worden bij uitval gevoed door een noodverlichtingseenheid, centraal of per armatuurEen ingebouwde unit mag de CE-keur van de armatuur niet aantasten

Voor alle systemen geldt hetzelfde uitgangspunt uit het handboek. De noodverlichting schakelt vanzelf in zodra de spanning van de gewone verlichting in die ruimte onder de 70 procent zakt, wat de stand van een lichtschakelaar ook is. Komt de spanning terug tot ten minste 90 procent, dan gaat hij weer uit.

Waar moet noodverlichting hangen?

Het Bbl zegt in welke ruimten noodverlichting moet zijn, maar niet op welke plek aan het plafond. Daarvoor gebruikt een ontwerper NEN-EN 1838, en het NIPV-handboek noemt de plekken waar vluchtrouteverlichting ten minste hoort. Het Bbl verwijst bij de noodverlichting zelf niet naar die norm. Wie de norm volgt, hangt daardoor soms meer op dan de wet vraagt.

Loop de lijst hiernaast eens na in uw eigen gang. Meestal ontbreekt er niets bij de deur, en wel iets bij een hoek of een afstapje dat er later bij is gekomen.

Ten minste op deze plekken

  • Binnen 2 meter van elke uitgang die voor nood bedoeld is.
  • Binnen 2 meter van een trap, zodat elke trede licht krijgt.
  • Binnen 2 meter van elk ander hoogteverschil.
  • Bij elke verandering van richting.
  • Bij elke kruising of splitsing van gangen.
  • Waar de afstand tot het volgende pictogram te groot wordt om het te lezen.

Hoe wordt noodverlichting aangesloten?

Een decentrale armatuur hoort bij voorkeur op dezelfde groep als de gewone verlichting in die ruimte, en in principe niet op een groep die alleen voor noodverlichting bestemd is. Dat klinkt omgekeerd, maar het is logisch. Valt alleen de lichtgroep van de gang uit, dan moet juist daar de noodverlichting aangaan, en dat merkt de armatuur alleen als hij op die groep zit.

Het NIPV-handboek geeft nog een paar regels mee. Sluit een decentrale armatuur niet aan op een groep die 's nachts uitgaat om energie te sparen, want dan loopt de accu elke nacht leeg. Bij een centraal systeem raadt het handboek aan niet meer dan 20 lichtpunten op één eindgroep te zetten. En hangen er in een ruimte meer armaturen, dan worden ze om en om gevoed uit ten minste twee stroomketens, waarbij een ingebouwde accu als eigen keten telt.

De armatuur zelf moet voldoen aan NEN-EN 60598-2-22, en de installatie moet zo zijn gemaakt dat een proef onder belasting eenvoudig kan. Dat laatste merkt u later bij elke maandelijkse test.

Aansluiten is elektrawerk, dus dat doet een installateur. Moet er een groep bij of is de verdeelkast aan vervanging toe, dan is dat ander werk dan het ophangen van een armatuur.

Hoe houdt u noodverlichting in orde?

Met twee tests. Elke maand een korte functietest, waarbij u kijkt of elke armatuur oplicht als de stroom wegvalt, en een keer per jaar een test over de volle brandduur. Zo vat NVFN, de brancheorganisatie van fabrikanten, de norm NEN-EN 50172 samen. Beide tests gaan met datum en naam in het logboek.

De jaarlijkse test is de belangrijkste. Een accu op leeftijd haalt de korte test nog zonder moeite, maar geen uur meer. Dooft een armatuur bij de duurtest voordat de 60 minuten om zijn, dan is de accu op. Hoe u dat ziet en waardoor een accu sneller slijt, leest u bij de accu van noodverlichting vervangen.

Wij doen de jaarlijkse duurtest, vervangen accu's en armaturen en hangen armaturen bij als een verbouwing de route verandert. Het hele schema, en wie welke test mag doen, staat bij noodverlichting controleren.

Vraag en antwoord

Wat is het verschil tussen vluchtwegverlichting en vluchtrouteaanduiding?

Vluchtwegverlichting, in de norm vluchtrouteverlichting, geeft licht op de vloer zodat u de route kunt lopen. Vluchtrouteaanduiding is het groene pictogram dat de richting wijst. Een aangelicht pictogram doet soms allebei, maar de regels staan in verschillende artikelen van het Bbl.

Wat is anti-paniekverlichting?

Dat is noodverlichting in een open ruimte waar geen vaste route loopt, zoals een zaal of een hal. Het licht is bedoeld om paniek te verkleinen en mensen naar een plek te brengen waar ze de vluchtroute wel zien.

Mag noodverlichting op een lichtschakelaar zitten?

De noodfunctie niet. Volgens het NIPV-handboek moet noodverlichting automatisch inschakelen bij uitval van de spanning, onafhankelijk van de stand van bedieningsschakelaars. Een armatuur die u met de schakelaar helemaal spanningsloos maakt, ziet dat als een stroomuitval en gaat op zijn accu branden.

Is noodverlichting verplicht in een appartementengebouw?

In de gemeenschappelijke delen vaak wel. Het Bbl eist noodverlichting in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert (artikel 4.195 voor nieuwbouw, 3.101 voor bestaande bouw), en in een appartementengebouw is dat meestal het trappenhuis of de gang naar de trap. Welke routes in uw gebouw beschermd zijn, staat in de vergunning of op de tekeningen van het gebouw.

Moet er ook buiten noodverlichting hangen?

Het Bbl vraagt dat niet uitdrukkelijk. NEN-EN 1838 gaat er volgens het handboek van uit dat straatverlichting niet altijd genoeg is, en noemt daarom ook de buitenkant van een uitgang, binnenplaatsen en buitentrappen.

Verder lezen

Bronnen

  • Besluit bouwwerken leefomgeving, artikelen 3.101, 4.195 en 4.196 (wetten.overheid.nl, BWBR0041297, versie 1 juli 2026)
  • NIPV en Brandweer Nederland, Handboek Brandbeveiligingsinstallaties, 31 augustus 2025, hoofdstuk 14, paragrafen 14.1 tot en met 14.5.7
  • NEN-EN 1838, Toegepaste verlichtingstechniek, Noodverlichting, zoals aangehaald in het NIPV-handboek
  • NVFN, Wetten en regels noodverlichting (nvfn.nl)

Vraag advies over noodverlichting

Pdf, jpg, png, webp of heic. Hoogstens 5 bestanden, elk tot 10 MB en samen tot 20 MB.

We gebruiken uw gegevens alleen om uw vraag te beantwoorden. Zie de privacyverklaring.

Wat ons helpt

  • Het adres en het soort gebouw.
  • Ongeveer hoeveel armaturen er hangen.
  • Wanneer de noodverlichting voor het laatst is getest.

Beheercheck

Wat moet er in uw pand getest worden, en wanneer?

Vink aan wat er hangt en wanneer het voor het laatst is nagekeken. U ziet per installatie hoe vaak er getest wordt, door wie en wat u moet kunnen laten zien.

Koen, adviseur Eline Klaver, adviseur John van den Bosch, mede-oprichter
Twijfelt u wat er in uw pand hangt, of wanneer het voor het laatst getest is? Bel, dan zoeken we het samen na. In het adviesgesprek lopen we met u na wat er hangt en wat ontbreekt. Daarna volgt een offerte met plan van aanpak.

Stap 1 is een adviesgesprek

Vertel wat er in het pand hangt en wat u wilt weten. Een adviseur neemt contact met u op om het gesprek te plannen.

Plan een vrijblijvend adviesgesprek

Bel 036 52 98 447

U krijgt een adviseur aan de lijn en geen keuzemenu.

WhatsApp 085 210 1111

Vaak het handigst als u een foto van een armatuur, een melder of een logboekpagina wilt meesturen.